Nona

Over mijn stuur – waarop mijn handen losjes liggen – heen, zie ik het. Over de motorkap – met snel verdampende regendruppels – heen, zie ik het. Tussen de ruitenwissers die van rechts naar links schuiven door. Boven de bumper, net onder het kofferslot. Verkeersrode letters op een wit reflecterende achtergrond: APE.

Ape?!? Ik weet niet of ik moet lachen of huilen. Ik doe het eerste. Heel hard en heel luid. Het dagdromende meisje in de passagierszetel schrikt op. Ik wijs naar de nummerplaat. “Aap” vertaal ik voor haar. Het meisje lacht ook. Heel hard en heel luid. We snappen niet dat iemand betaalt voor een nummerplaat met het woord ”aap”. 2.000 euro denken we. Als decadente humor kan het wel tellen. Daar zie ik de grap wel van in. Het meisje weet niet wat decadent is. Zij moet gewoon lachen met het woord “aap”. Ik denk ook aan compensatiedrang, nog zo’n moeilijk woord.

We begrijpen alle twee het formaat van de auto niet. “Kaj-in-ee” leest ze. Die neemt toch veel te veel plek in, in de stad? En wat kan een mens allemaal vervoeren dat je er zo een grote wagen voor nodig hebt? Misschien één keer per jaar op wintersport en wellicht elke zomer een retourtje Zuid-Frankrijk. De jaarlijkse kerstboom is sowieso al vervangen door een kunststoffen exemplaar. Anders ligt de “kaj-in-ee” vol met dennennaaldjes. Is een stadsauto niet handiger parkeren? Is een dakkoffer niet compacter? Een trekhaak? Om van milieuvriendelijkheid nog maar te zwijgen.

De kleur vinden we te-be-la-che-lijk voor woorden. Donkerblauw kan nog voor een auto, maar alle andere blauwen zijn absoluut uit den boze. Daar zijn we het over eens. Dit blauw is te pittig om de babyversie te zijn en het is ook geen azuurblauw. Het meisje neemt een smurfensnoepje uit haar jaszak, alsof ze er op voorbereid was, en houdt het op armlengte voor zich uit. Ze probeert één oog dicht te knijpen. Motorisch nog niet zo evident. Met hulp van een wijsvinger lukt het en focust ze. “Nee,” het is anders dan het snoepje. De auto is dus ook niet smurfenblauw. We overleggen of appelblauwzeegroen eigenlijk wel een kleur is. We komen er niet uit.

Er komt een man aangewandeld. Strak in het hippe pak, vaste tred, aangenaam open gezicht. Kapsel minder strak. Het heeft teveel naar de wind en de regen geluisterd. Hij komt onze richting uit en op een paar meter afstand stopt hij. Hij kijkt recht naar ons, tussen de ruitenwissers die van rechts naar links schuiven door. Hij steekt zijn hand op en glimlacht. Gemeend. Het meisje naast me maakt haar gordel los, opent het portier en stapt uit de auto de stoep op. Ze draait zich nog snel om. “Mama, je kan niet blijven grapjes maken over papa’s nieuwe auto. Tot maandag!” Ik weet niet of ik moet lachen of huilen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s