Insomnia, deel 3

Als ik mijn ogen opendoe, is een ander deel van de nacht aangebroken. Het donkerste moment. De jeugd zit een paar straten verder op café, de ouderen liggen in bed of zijn in slaap gevallen voor TV. Trams en bussen rijden niet meer en taxi’s staan te wachten op feestlocaties. De paar rustige uren voor de ochtend aanbreekt. Voor de vogels gaan tsjirpen en de straat weer gaat leven.

Ik ben blijkbaar in slaap gevallen. Er ligt een deken over me heen. Hij zit op de grond met zijn rug tegen de bank ter hoogte van mijn voeten, ogen dicht en koptelefoon op. Op zijn schoot ligt een boek met een dikke lederen kaft, A5 formaat. De opengeslagen pagina’s zijn blank. Een notitieblok. Of misschien een tekenblok. Slaapt hij? Geniet hij? Piekert hij?

De Duitse herder ligt nog steeds op zijn plek. Vredig, zoals de rest van de kamer. Ik durf niet te bewegen. Om hem niet uit zijn moment te halen. Ik laat mijn ogen in hun kassen rollen, de kamer rond. Behoorlijk netjes voor een vent alleen. Dat is mijn invulling. Ik heb hem in de afgelopen 3 jaar dat ik hier woon nog maar één keer met een vrouw gezien. Het hangmat-incident. Alweer een zomer terug.

Er hangen schetsen aan de muur. Niet ingekaderd en ook niet gestructureerd. Gewoon met duimspijkers, hupsakee aan de muur. Portretten. Ik zie een man en een vrouw. Aan de vouwtjes rond hun mond en op hun voorhoofd te zien, schat ik vijftigers. Ik zie ook een kind met veel krullen, ik denk blond en een jaar of zes. Verder nog een koppel en een man alleen. En dan nog wat kinderen.

Ik kijk naar hem. Hij opent zijn ogen en draait zijn hoofd richting mij, allemaal in één tel. Ik voel me betrapt. Hij vraagt of het gaat en ik knik. Deze keer is het niet zo makkelijk om naar mijn voeten kijken. Ze zitten onder het deken en vlak naast zijn hoofd. Ik kijk naar de hond.

Ik vraag wat het papierblok op zijn schoot is. Hij bladert een pagina terug en steek het omhoog. Het is een schets van mij, slapend. Ik bloos. Hij vertelt dat hij leerkracht PO is. Plastische opvoeding vervolledigt hij, alsof ik dat niet weet. Dus toch geen leeuwentemmer. Hij vertelt dat hij hele dagen bezig is met andermans tekenen en schilderen, maar er zelf niet aan toekomt.

Dus doet hij dat vooral in het weekend. Nu oefent en experimenteert hij met wat technieken voor portretten. “Mijn familie”, zegt hij en hij wijst naar de muur. Ik knik en zeg dat ik ze mooi vind. Hij tekent ze van foto’s, alhoewel hij mensen vanuit het echt tekenen leuker vindt. En dat ik er zo mooi bijlag en hij vraagt of ik het niet erg vind. Ik bloos weer en zeg van niet.

Hij bladert terug door zijn tekenblok en haalt er zijn favorieten uit. Hij vertelt wie ze zijn en waar hij ze heeft getekend. En dat de meeste mensen ook niet weten dat hij ze tekent. En dat hij zich afvraagt of dat eigenlijk zo maar mag. De meesten poseren niet graag en diegene die het wel willen, doen het dan meestal overdreven. Daar houdt hij niet van. Dan zoekt hij plekken waar hij ongezien mensen kan tekenen. In de bibliotheek, overdag in het park, ‘ s avonds op café. Hij heeft nog nooit zoveel verteld. Ik bedenk dat ik nog steeds zijn naam niet weet.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s