Insomnia, deel 5

Ik sta in de gang. Mijn eigen gang, van waaruit gisteren mijn slaapwandeltocht begon. Ik druk mijn rug hard tegen de muur en wacht tot de koude me doet rillen. De haren in mijn nek gaan rechtop staan. Zo koud voelt het. Of is het omdat hij zo meteen aan mijn deur staat, met goede bedoelingen en een zak croissants?

Ik probeer wat er is gebeurd op een rijtje te zetten. Wat is er gebeurd: vanaf het moment dat ik wakker werd op blote voeten in een netelveld tot zonet, toen ik zijn pantoffels uitschopte in mijn hal? Moeilijk te vatten, maar ik weet wel dat ik nu terug op blote voeten sta en dringend moet douchen. En tanden poetsen.

Mijn deurbel gaat en ik schrik. Ik wist dat hij hier ieder moment zou zijn en toch schrik ik. Ik hoop dat ik er goed uit zie. In de ideale wereld zou hij me terugzien opgetut en in mijn lievelingsfeestjurk, maar dat zou een beetje overdressed zijn op een zaterdagochtend. Dus ik heb het bij jeans en een bloesje gehouden. Het is in elk geval beter dan mijn pyjama.

Hij heeft een zak ontbijtkoeken bij. En stokbrood. Geen hond. Hij heeft ook gedoucht, zijn krullen zijn nog nat, en een ander sweatshirt aangedaan. Verder ziet hij er nog net hetzelfde uit als daarnet: zonder vrees en zelfzeker.

Zelf weet ik me niet goed een houding geven. Liefst van al zou ik hem stevig knuffelen. En lang. Lang en stevig knuffelen en hem duidelijk maken dat ik heel erg blij ben iedere keer dat hij me redt uit de benarde toestanden waar mijn slaapwandelen me letterlijk brengt. Maar ik neem gewoon de zak ontbijtkoeken aan.

In de keuken gaat hij bij het raam staan, met zicht op mijn tuin en ook op het achterste stuk van zijn tuin, het deel waar de haag nog laag is. In de zomer kan ik zijn hangmat zien. Ik zet koffie. Ik kan dat eigenlijk helemaal niet zo goed. Ik heb gewoon geïnvesteerd in een goede cafetière en met goede koffie gaat het allemaal vanzelf. De kwaliteit is van belang. Soms rij ik ervoor naar Gent, naar mijn lievelingsbranderij, heen en weer alleen voor koffie.

Ik wijs Sam aan waar de borden en de kopjes staan, terwijl ik over mijn ontmoeting met de hipster-buren vertel. Hoe verbaasd ze waren en toch ook weer niet, toen ze me in mijn pyjama en veel te grote pantoffels de hal binnen zagen komen. Het beeld doet ons beiden lachen. En dan zegt hij dat ze het weten. “Wat weten ze?” vraag ik hem. Hij kijkt me aan: “Dat je af en toe in rare situaties terechtkomt door je nachtelijke wandelingen.”

Tijdens hun doorzakavondje met Sam vertelden de hipsters dat ze vaak gestommel horen en gepraat, terwijl ze er dan vrijwel zeker van zijn dat ik alleen ben. Dat ze me er heel normaal vinden uitzien. En zelfs sympathiek, maar dat ze dat gepraat en gestommel toch maar vreemd vinden. En toen heeft hij ze verteld van mijn insomnia en somnambulisme. Ik weet niet of ik dat lief vind of roddelen.

Hij snijdt het stokbrood aan, terwijl ik eitjes zacht kook en zalmsnippers snijd. Best fancy, zo onverwachts geregeld. Ik zeg hem dat en ook hoe leuk ik het vind en hij glimlacht. Ik stap op hem af, omarm hem en leg mijn hoofd tegen zijn borstkas. Hij knuffelt stevig terug. Als we weer van elkaar wegstappen, valt mijn oog op zijn linker wenkbrauw en het litteken.

Advertenties

2 gedachtes over “Insomnia, deel 5

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s