Insomnia, deel 6

Het ontbijt is niet alleen fancy, maar ook lekker. En gezellig. Ik vertel hem dat ik niet hou van rozijnen in ontbijtkoeken, maar wel in brood. Meer zelfs, dat ik getoast rozijnenbrood met gezouten boter en oude kaas heerlijk vind. En dat ik koffie vooral drink voor de geur. Dat sushi mijn lievelingskost is, maar ik nog steeds niet goed met chop sticks kan eten.

We scheuren wat stokbrood in stukjes en ik zoek wat chop sticks. Hij komt dicht bij me zitten, breekt de stokjes van elkaar en geeft er twee aan mij. Hij toont me de kneepjes en samen doen we de handelingen. We doppen oostersgewijs de stukjes stokbrood in ons zachtgekookt ei. Ik blijk er echt niet behendig in te zijn. Tot zijn hilariteit. Want diegene die het eerste stukje brood laat vallen, moet de afwas doen.

Hij vertelt dat hij heel graag op reis wil naar Japan. Dat de cultuur hem enorm boeit, maar de angst voor het vliegen hem tegenhoudt. Al zijn reizen zijn per auto of per trein, maar dat hij de beperking ervan beu is. Op mijn vraag waar de vliegangst vandaan komt, trekt hij zijn schouders op en verandert hij van onderwerp.

Terwijl hij de foto’s en aandenkens op de flank van mijn ijskast bekijkt, ruim ik de tafel af. Er is nog een half stokbrood over en twee croissants. Daar doe ik later nog wat mee. Ik maak een behoorlijk lekkere broodpudding. Dan breng ik morgen een stuk naar Sam. En misschien ook naar de hipsters.

Hij wijst een paar foto’s aan en ik vertel wie en waar. Over de foto’s die gevoelig liggen, de foto’s die gepaard gaan met de grote emoties, vraagt hij niets. Ik weet niet hoe hij dat weet, maar ik vind het best zo. Hij haalt er mijn moeder en vader uit en ik vertel dat het de enige foto is die ik heb van hen samen. Dat ze zijn gescheiden toen ik heel jong was.

Ik vraag naar zijn ouders en hij zegt dat ze zijn overleden, lang geleden. Zijn houding en toon geven weinig weg. Ik kan niet lezen of ik verder moet vragen of net niet. Ik kies voor het laatste. Veilig. Hij stapt weg van de ijskast, weg van mijn verleden. Ik ben hem een beetje kwijt. Misschien had ik toch moeten vragen naar zijn ouders. Zat ik zijn woorden in de weg? Hoe komen we van stokbrood eten met chop sticks bij de dood?

In stilte doe ik de afwas. Er raast van alles door mijn hoofd, maar ik hou het voor mezelf. Ik moet nu vooral niet gaan ratelen en kwaken. Hij is in gedachten verzonken en stapt mijn terras op. Het moment dat hij zijn eerste voet buitenzet, begint zijn hond te blaffen. Die snapt niet wat zijn baasje aan de andere kant van de afscheiding doet. Sam stapt op zijn hond af en kalmeert hem.

Hij komt terug binnen en zegt dat hij moet gaan. Naar zijn hond en andere dingen. Dingen te doen. Hij geeft me een kus op mijn wang en knipoogt. De vraag waarvan het litteken rond zijn oog komt, brandt op mijn lippen. Maar ik vraag niets en geef hem zijn pantoffels terug.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s