Insomnia, deel 9

In de taxi op weg naar huis denk ik aan het diner met oesters en kreeft. Ik denk aan de groep vrienden die is afgezakt naar de club en hoe goed de beats waren. Dat je van laarzen die als gympen zitten ook vermoeide dansvoeten krijgt. En dat het toch even wennen is dat Mathieu, de ex van Sofie, er nooit meer bij zal zijn.

Het begint te regenen. Met bakken uit een zwarte hemel. Van een topavond naar strontweer. Ik vraag me af of Sam ergens droog binnen zit? Of loopt hij nu door de regen naar huis? Ligt hij in een warm bed? Schenkt hij nu een andere vrouw een glas wijn in? Denkt hij aan mij of aan iemand anders?

Eigenlijk is het goed dat we geen nummers hebben uitgewisseld. Ik moet me niet afvragen of ik als eerste moet sms’en. En wat ik dan precies moet sms’en. Ik moet niet checken of er een antwoord komt en ik kan niet teleurgesteld zijn als er geen komt. En wat als hij wel antwoordt, maar er staat geen kruisje op het einde van het bericht. Wat dan?

En toch blijft het hangen in mijn hoofd. Waarom vroeg hij mijn nummer niet? Waarom kuste hij me op de wang? Waarom vroeg hij niet wanneer we elkaar terugzien? Waarom bleef hij vaag over zijn plannen voor de avond? Vindt hij me echt leuk of beeld ik het me in? En als hij me leuk vindt, hoe oprecht zijn z’n intenties?

Als ik uit de taxi stap, kijk in naar het huis van Sam. Het is er donker. Mijn huis ook. De hipsters zijn vast in dromenland, het zijn geen nachtbrakers. De postbode komt niet op zaterdag, maar toch kijk ik in mijn brievenbus. Ik hoop op een briefje van hem. Ik vind alleen een flyer van de pizzatent verderop in de straat.

Van zodra ik in mijn hal sta, trek ik mijn laarzen en sokken uit. Ik masseer de ballen van mijn voeten en zie dat de netelbultjes weg zijn. Op blote voeten, stap ik richting terrasdeuren en trek het gordijn een beetje weg. Net genoeg zodat ik er tussen kan. Ik duw mijn gezicht tegen het raam. Het glas voelt koud aan mijn neus en mijn adem maakt wolkjes op het patroon van regendruppels. Behalve de weerspiegeling van het licht binnen, zie ik niets.

Na het avondritueel van tanden poetsen, make-up verwijderen en crèmes smeren, stap ik met vermoeide voeten en een bezorgd hoofd mijn bed in. Ik probeer de vrolijkheid van de avond terug te roepen. Het gebabbel van Bianca, het gelach van Sofie, het dansen met Hendrik. Ik probeer de zorgen die zich in mijn hoofd hebben gevormd los te laten. Ik weet dat ik invullingen maak die nergens op zijn gebaseerd, maar het is sterker dan mezelf. Ik draai en woel en kan de slaap niet vatten. Na een uur heb ik er genoeg van en ik stap uit bed.

Ik loop in het donker naar de keuken en doe enkel het lampje van de dampkap aan. Ik neem melk en vier eieren uit de koelkast. Suiker en rozijnen worden afgewogen en kaneel klaargezet. Brood en croissants worden in stukjes getrokken. De oven wordt voorverwarmd. Ik maak broodpudding, met glazuur bovenop en een beetje wak van binnen, zoals broodpudding hoort te zijn.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s