Insomnia, deel 10

Het gerinkel van mijn gsm maakt me wakker. Ik lig op de bank en de TV staat aan. Het is Sofie. Ik neem op met een schorre hallo. Ze klinkt ook schor en een beetje in paniek. Ze is net thuis gebracht door de dertigjarige waarmee ze de nacht doorbracht. Ik lach en zeg dat dit wel kan tellen als rebound. Ze denkt dat hij haar echt graag mag, maar dat ze niets kan aanvangen met een jonge gast. Ik zeg dat ze hem dat gerust rechtuit kan zeggen. Hij is dertig, geen twaalf.

Ik vraag of hij zijn eitje met soldaatjes heeft gehad voor ontbijt, met een glaasje melk. Ze lacht en ik hoor dat ze ontspant. Ik vertel van mijn nachtelijke bakavontuur en dat ik uiteindelijk toch nog voor de TV in slaap ben gevallen. Ze zegt dat ik me geen zorgen moet maken. Waarom zou Sam me niet leuk vinden? En dat ik het hem gewoon rechtuit kan vragen. Hij is vijftig, geen twaalf.

Het is middaguur, een verrekt laat uur om aan de dag te beginnen. Insomnia, feestjes. Het heeft geen gunstig effect op me. Ik raap mezelf samen om te douchen en me te fatsoeneren. Ik neem mezelf voor om van de rest van de dag nog iets te maken. Ik ga sowieso broodpudding brengen naar de bovenburen. En naar Sam. “Samuel”, zeg ik luidop en hoop dat niemand het hoort.

Ik geef de broodpudding aan de buren en het voelt een beetje raar. Ik voel me betrapt. Alsof ik weet dat zij weten dat mijn gastvriendelijkheid is omdat ik weet dat zij weten dat ik slaapwandel. Dat ik nu wil bewijzen dat ik eigenlijk echt wel gewoon heel normaal ben. Ze bieden me een koffie aan en wijzen naar het nieuwste model koffiemachine. ‘Nespresso’ staat erop. Ik bedank beleefd onder het mom van een drukke dag.

Maar eigenlijk sta ik te popelen om de andere helft broodpudding naar Sam te brengen. Ik loop in een hupje de trap af naar mijn flat, spurt de keuken in, grijp de in aluminium verpakte pudding en sta in een recordtempo terug aan de voordeur. En dan bevries ik. Mijn linkerhand op de deurklink, mijn andere rond het aluminium pakketje.

Wat als hij me niet leuk vindt? Wat als ik hem afschrik? Wat als er iemand anders is? Mijn gedachten gaan alle kanten op en mijn lichaam doet het tegenovergestelde; het verstijft. Ik zie de knokkels van mijn linkerhand wit worden en ik voel de broodpudding verpulveren in mijn rechterhand.

De bel gaat. Zonder na te denken neem ik de parlofoon op en de andere kant zegt: “Hoi, ik ben het”. Ik herken Sams stem en ik druk op de knop om de deur te openen.

Of ik mee wil gaan wandelen met de hond. Misschien ergens buiten de stad, een frisse neus halen. En dat we best wel goed schoeisel kunnen aandoen, na de regenbui van vannacht. Hij was wakker geworden van het stormachtige weer. En had nog aan me gedacht en gehoopt dat ik droog en veilig thuis zou geraken na het feest. Ik leg het pakketje broodpudding terug in de keuken en hoop dat ik straks nog de helft ervan kan redden.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s