Insomnia, deel 11

Tijdens de rit naar het bos vertel ik honderduit over mijn nachtje stappen. Over Sofie, net veertig en net gescheiden.  Over het diner met oesters en kreeft en over het clubben.  Ik ratel en ratel, er is geen houden aan. Ik doe dit altijd als ik zenuwachtig ben, dan overlaad ik alles met woorden en handgebaren, uit vrees voor ongemakkelijke stiltes.

Leon zit de hele rit braaf achterin. Tot de kofferbak opengaat. In één grote sprong staat hij in de berm en tien seconden later aan de rand van het water. Eenden en andere watervogels stuiven alle kanten op. Sam haalt zijn schouders op, glimlacht en reikt me zijn hand. Mijn schouders ontspannen en ik neem zijn hand vast.

Samen banen we ons een weg door het bos. De hond soms ver voorop en dan soms ook weer achter ons. Het ene moment lijkt het of hij het bos kent en dan lijkt hij weer verloren. Maar hij komt altijd terug naar Sam. Met of zonder stok. Soms moeten we een nieuwe zoeken en dan laten we even elkaars hand los. En als we de perfecte stok hebben, vinden onze handen elkaar weer.

Het ratelen heeft ruimte gemaakt voor luisteren. Hij vertelt dat Leon de hond was van zijn broer, Niels. Dat iedereen hem afraadde een hond te nemen omdat hij te weinig verantwoordelijkheidszin heeft. Maar Niels deed toch gewoon zijn zin, zoals wel vaker, en Sam loste het probleem op, zoals altijd. Sam weet niet of het in hun aard ligt of dat het te maken heeft met de dood van hun ouders. Niels was net zestien geworden, hij zessentwintig.

Sam brengt het gesprek naar een ander onderwerp en ik ga erin mee. We hebben het over het uitzonderlijk mooi lenteweer en dat de winter nog maar net plek heeft geruimd voor de zon. En dan voel ik Sam opspannen. Hij laat mijn hand los en hij draait rond zijn as. Hij kijkt naar links, naar rechts, hij zoekt zijn hond. Ik snap niet waarom, ik weet niet wat er gebeurt, maar ik voel de ernst.

Sam fluit op zijn vingers. Een keer. Hij wacht vijf tellen. Tweede keer. Leon komt uiteindelijk aangestormd. Op het zelfde moment komt een andere hond de open vlakte opgerend en die zet de aanval in op Leon. Sam doet een soort hinkstapsprong en gooit zich tussen de twee beesten. Ik hoor gegrom en geschreeuw en weet even niet wat te doen.

Een man, overduidelijk het baasje, komt aangehobbeld. Ik grijp hem bij zijn arm en roep dat hij iets moet doen. De man kijkt me niet aan. Het lijkt op onverschilligheid, maar ik doorzie de schaamte. Hij pakt zijn hond bij de halsband en sleurt hem mee. Zonder op te kijken, zonder iets te zeggen wandelt hij weg. Sam roept: “Dit is al de tweede keer. Als jij je hond niet onder controle hebt, dan hou je hem aan de lijn, godverdomme!”

Twee hoopjes ellende zit op de grond: een bloedende Sam en een gehavende Leon. Ik steek mijn hand uit en vraag de autosleutels. “Ik ga jouw auto halen en kom jullie oppikken.” Voor ik het op een loopje zet, pak ik mijn sjaal, wikkel die rond de armwonde en geef Sam een kus op zijn voorhoofd.

Advertenties

Een gedachte over “Insomnia, deel 11

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s