Insomnia, deel 12

Sam heeft de dierenarts gebeld en we kunnen meteen naar hem toe. Dat kan blijkbaar ook op zondag. Ik wijs naar zijn arm en zeg dat ik hem eerst bij spoed afzet. Sam wil het niet horen. De hond is doodsbang en hij wil die niet alleen laten. Ik merk op dat hij niet alleen zal zijn, dat de dierenarts er is. Dat dit niet hetzelfde is, zegt Sam, en dat ik dat ook weet.

Terwijl ik mij een weg door Brussel baan, bel ik naar de hipster buurman. Niet handsfree, maar nood breekt wet. “Jij gaat toch af en toe wandelen met Leon?” vraag ik hem. Affirmatief. “Dus je kan wel zeggen dat je een band met hem hebt?”. Affirmatief. Ik regel met hem dat hij over vijftien minuten bij de dierenarts is en dat hij zich ontfermt over Leon, terwijl ik met Sam naar spoed rijd.

Ik kan Sam niet lezen. Ik weet niet of hij mijn bemoeienis goed vindt of hekelt. Ik weet wel dat hij pijn heeft. Ook zonder uiting ervan is dat te zien. Als er zweet op het voorhoofd parelt bijvoorbeeld. Of als de wikkel rond de wonde doorbloed is. Hij zegt in alle geval niets en houdt zijn gewonde arm voorzichtig tegen zijn borstkas. Zijn kleren zitten onder het bloed en er zitten vegen op zijn voorhoofd.

De dierenarts en de hipster buurman tillen Leon uit de kofferbak. Sam staat erbij en kijkt ernaar, maar lijkt er gerust in. Leon is in goede handen. Ik knik een subtiel bedankje naar de buurman en hij knipoogt terug. Later zal ik hem uitgebreid bedanken, maar eerst met Sam naar het ziekenhuis.

In de auto wisselen we geen woord. Ik ben van alles aan het oplijsten in mijn hoofd. Hoe krijg ik Sam en Leon veilig thuis? Hoe kan ik het ze comfortabel maken? Zal Sam morgen kunnen werken? Kan hij koken en voor Leon zorgen? Is er eten in huis? Waar kan ik boodschappen doen? Waaraan zou hij nu denken?

Noch Sam noch ik – lucky bastards – zijn ooit op spoed geweest en we moeten even zoeken hoe het werkt. Iedereen is er professioneel en het lijkt een beetje op bandwerk. Terwijl Sam bij de dokter is, blijf ik in de wachtzaal. Hij wil me er liever niet bij. Een uur en acht hechtingen later zijn we op weg naar huis.

De hipster buren hebben Leon met een taxi naar huis gebracht en nu ligt hij op hun keukenvloer te slapen. Ik bedenk dat het een hele klus moet geweest zijn, Leon naar boven dragen. Het is best een grote hond en het gebouw heeft geen lift. Het is een oud pand, een burgerwoning. Ik was er meteen verliefd op en heb het onmiddellijk gekocht. De hipsters zijn mijn eerste huurders. Ik woon er nu drie jaar, zij tweeënhalf. Goede huurders.

Sam is blij Leon te zien, maar de schade valt niet mee. Er zitten een paar grote wonden in zijn hals en hij kan moeilijk staan. Over een week moet hij terug naar de dierenarts voor een controle en om draadjes te verwijderen. We bedanken de buren uitvoering en Sam regelt de terugbetaling van de centen voor de dierenarts en taxi. Ik complimenteer hen voor hun hulp. Zonder hen was het ons niet gelukt.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s