Insomnia, deel 13

Sam heeft de hond naar beneden gebracht en op het tapijt voor de haard gelegd. Ik zie dat zijn arm pijn doet van de inspanning, maar hij doet alsof er niets aan de hand is. Hij steekt de open haard aan. Het zijn mooie lentedagen, maar ’s avonds koelt het af. De warmte is welkom. Leon valt onmiddellijk in slaap.

Ik stel voor om soep te maken. Ik kan bij de groenteboer inkopen te doen en bij de Turkse bakker brood te halen. Sam vindt het een goed idee. Ik vraag of ik iets voor de hond kan meebrengen, maar dat lijkt hem niet nodig.

Als ik terugkom staat een fles rode wijn te chambreren. Sam zegt dat het welverdiend is en ik knik. Ik open de verpakking van de feta en olijfjes die ik net heb gekocht. “Ook verdiend,” zeg ik en hij glimlacht. Hij schenkt twee glazen wijn in. Terwijl hij mij een glas aanreikt, geeft hij me een zoen op mijn wang. Ik bloos.

Ik vertel hem dat pompoensoep mijn lievelingssoep is en dat de groenteboer op de hoek de beste flespompoen heeft. Dat ik die grill voor ik er soep van maak, wat het grote verschil in smaak maakt. Sam laat me ondertussen zien waar alles staat en vraagt of hij kan helpen. Ik schud van niet.

We zitten op de bank aan de haard, Leon aan ons voeten. We smeren dikke lagen zoutige boter op het brood en drinken de soep uit grote koppen. Hij kijkt op, glimlacht en bedankt me. Voor het zorgen voor hem en zijn hond. Voor de soep, voor alles. Ik zeg dat ik blij ben eindelijk een wederdienst te kunnen doen. Voor al die keren dat hij me heeft gered uit rare situaties op rare plekken.

Hij herinnert me aan die keer dat ik naast hem in de hangmat kroop. Nu bijna een jaar geleden. En dat zijn toenmalige vriendin razend werd en niet snapte dat ik aan het slaapwandelen was. En hoe ik helemaal in shock was omdat ik wakker werd en niet begreep wat er gebeurde. Dat hij niet wist wie eerst te bedaren: zijn vriendin of ik. Nu kunnen we er mee lachen, maar toen was het een heel stressvol moment.

We drinken verse muntthee met oranjebloesem en snijden de broodpudding aan die ik snel thuis ben gaan halen. Leon krijgt ook een stuk, maar ook dat maakt hem niet blij. Ik vraag Sam of hij morgen gaat werken, maar dat weet hij nog niet. Even afwachten hoe hij zich morgen voelt, hoe zijn arm voelt.

We zitten dicht bij elkaar in de zetel, onze handen verstrengeld. Ik ben kapot. De insomnia, het nachtje stappen, de bewogen dag: het eist zijn tol. Ik zeg dat ik moe ben en wil gaan slapen. Hij vraagt of ik bij hem wil blijven, gewoon samen slapen zonder meer. Ik knik en geef hem een knuffel.

Ik word wakker. Het is midden in de nacht, maar er brandt een klein lampje. Ik zie Sam zijn silhouet. Hij kijkt naar mij en ik vraag wat er is.  Hij zegt dat hij het jammer vindt hij met zijn gewonde arm niet kan schetsen. Dat ik er zo mooi uitzie als ik slaap en dat hij het graag had getekend. Hij buigt zich naar me toe en kust me.

Ik bedenk even dat ik voorzichtig moet zijn, voor zijn arm. Heel even maar. Dan ga ik helemaal op in zijn kussen, in zijn handen, in zijn lichaam dat ik het vergeet. Dat ik alles vergeet. Er is alleen dit moment. Er is alleen wij.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s