Insomnia, deel 16

Thuis, terwijl de drukke dag van me afglijdt, nestelt Sam zich in mijn hoofd. Hij zat er al de hele tijd te sluimeren, maar nu is hij er helemaal en constant. Ik vraag me af of hij al thuis zou zijn. Ik ken zijn stramien niet, als hij er al een heeft. Ik ben niet het burenbeglurende type. Geen idee wanneer hij ’s ochtends naar school vertrekt of ’s avonds terugkomt van de gym. Gaat hij eigenlijk naar de gym? Tot een paar dagen terug wist ik niet eens dat hij leerkracht is.

Iedere keer als ik een hond, telefoon of deur hoor, spits ik mijn oren. Ik heb me al minstens tien keer afgevraagd of hij al thuis zou zijn. Ik word een beetje gek van mezelf. Had ik toch maar zijn nummer gevraagd. Dan kon ik gewoon een berichtje sturen. Ik kan altijd zijn nummer aan de hipster buurman vragen, maar dat doe ik niet. Dat is me te gênant.

Ik leg mijn oor tegen de muur ter hoogte van zijn keuken. Toen ik er was, heb ik gemerkt dat het een ruimte is waar hij graag vertoeft. Er staat een oude werkbank die is omgebouwd naar een heus keukenelement. Met een pastamachine bovenop en op de onderste plank een assortiment Creuset potten om u tegen te zeggen. Ik hoor niets. Geen kletterende pannen, geen muziekje, geen blaffende hond.

Ik leg mijn oor tegen de muur ter hoogte van zijn woonkamer. Hoe chaotisch en levendig zijn keuken is, zo netjes en rustig is zijn woonkamer. Met de open haard en de schetsen aan de muur. Het is mijn favoriete ruimte, maar dat kan ook zijn omdat hij me daar heeft verzorgd voor de netelbultjes op mijn voeten. Of omdat hij me daar heeft geschetst terwijl ik sliep. Of omdat we er gisteren met verstrengelde handen op de bank zaten.

Dan besef ik hoe absurd het is. Met mijn oor tegen de muur, geluiden proberen op te vangen. Ik lijk wel gek. Alhoewel ik weet dat niemand me kan zien, kijk ik toch even rond me. “Doe normaal,” zeg ik tegen mezelf, “en ga gewoon aanbellen.” Ik bel aan, maar niemand komt de deur opendoen.

Ik beslis hem een briefje te schrijven. Ik begin met ‘Beste Sam’. Dan wordt het ‘Liefste Sam’. Om te eindigen met ‘Sam’. Een halfuur en acht verfrommelde velletjes later is het briefje klaar:

Sam,

Nummers uitwisselen was misschien wel handig geweest 😉 Maar bij gebrek aan, dan maar per ouderwets briefje. Ik hoop dat het goed gaat met je arm en dat Leon beter is. Bel even aan als je dit leest.

Babs xx

Voor ik het briefje in zijn brievenbus gooi, bel ik nog even aan. Om zeker te zijn, maar niemand komt opendoen. Ik schrijf nog snel mijn nummer op het papiertje en steek het in de brievenbus net onder de klep. Zodat er nog een hoekje zichtbaar is. Hij zal dan zeker zien dat er post is.

Ik kan de slaap niet vatten. Ik woel en ik draai en ik woel nog wat meer. Waarom is Sam niet thuis? En hoe zit het met zijn hond? Hij was bij de buurman vandaag. Is de buurman thuis? En is Leon bij hem? Waarom heb ik dan niets gehoord? Terug naar af, insomnia.

Als ik ’s ochtends mijn deur achter me dichttrek, klaar voor een nieuwe werkdag, kijk ik naar zijn brievenbus. Mijn briefje zit er nog steeds.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s