Insomnia, deel 17

We doen het minstens één keer per week: een ochtendsessie. Bellen. Vandaag bel ik haar: Sofie. Ik vertel dat ik het gisteren zo druk had en geen tijd had voor bellen of WhatsApp. Wat gedeeltelijk waar is, want ik had die belangrijke afspraak, maar ik was toch vooral bezig met mezelf. En net daarom is het druk zijn in se een beetje gelogen. Of op zijn minst overdreven.

Ik vraag haar wat er aan de hand is met de dertigjarige. Ze steekt van wal. Dat ze gisteren de hele dag hebben bericht. En dat het van kwaad naar erger ging. Wat onschuldig begon, eindigde in telefoonseks. Of wat je het ook noemt als het over WhatsApp gebeurt. “Dat is toch erg,” zegt ze, “die gast is dertig!” “En wie vindt dat erg?” vraag ik. “Ik!” zegt ze. En op de vraag waarom zegt ze: “Daarom,” en dan moeten we beiden lachen met haar domme antwoord.

Sofie vraagt waarom het echt zo stil was van mijn kant. Ik had me voorgenomen niets over Sam te vertellen, maar het gutst eruit: bos, hond, spoed, soep, seks.  Er komen veel oh’s en ah’s van de andere kant van de lijn. En dan vertel ik dat hij vannacht niet thuis is gekomen, want mijn briefje stak nog in zijn brievenbus. Ik weet niet wat ik moet denken, maar alle scenario’s die in mijn hoofd spoken zijn van de doemsoort.

Zoals alleen goede vriendinnen dat kunnen, brengt ze alternatieven aan. Minder pijnlijke scenario’s. Dat hij wel thuis is gekomen, maar het briefje niet zag. Plausibel. Dat hij iemand in nood moest helpen, want dat kan hij goed en ik weet dat als geen ander. Plausibel. Dat zijn arm is gaan ontsteken en dat hij in het ziekenhuis is ter observatie. Minder plausibel, maar niet onmogelijk. Dat hij onverwacht een reisje heeft geboekt. Niet plausibel. Dat hij is opgenomen door de politie omdat hij beschuldigd wordt van grensoverschrijdend gedrag op het werk. Belachelijk.

Maar point proven en ik beloof Sofie het los te laten. En dat lukt me redelijk goed. Af en toe passeert zijn gezicht op mijn netvlies. Dan zie ik zijn glimlach, zijn grijsgroene ogen en de bos grijzende krullen. Als ik een koffie bestel, neem ik er bewust eentje met kaneel. De geur doet me denken aan hem.

Ik beloof aan mezelf dat ik vanavond Sam zijn nummer vraag aan de buurman. Dat ik me over de gêne zet. Ik wil een uitleg en een verdomd goede ook. Wie denkt die gast wel dat hij is? Dat hij met mij kan sollen? Ha, ik dacht het niet!

Thuis sta ik aan mijn voordeur te morrelen met mijn sleutelbos. Eén van de sleutels is vast gehaakt in het ringetje van de sleutelhanger. Zo krijg ik die niet in het sleutelgat. Ineens staat Sam naast me, neemt de sleutelbos over en ontwart het geheel. “Hallo,” zegt hij en ik knik terug. Ik voel boosheid in me opborrelen. Ik had mezelf voorgenomen niet boos te worden. Diep ademhalen.

Sam doet de voordeur open en dan de deur naar mijn appartement. Ik hou mijn portfolio tussen ons in, als schild, als barrière. Maar het heeft geen effect. Hij legt een hand op mijn lenden, neemt met de andere mijn hoofd vast en kust me. Passioneel. Hij dirigeert me verder mijn hal in. De hand verplaatst zicht van mijn hoofd naar de portfolio en die barrière wordt vlotjes verwijderd. Dan wordt mijn rok omhoog geschoven en mijn slip naar beneden. Hoe teder en liefdevol het de vorige keer was, zo bedropen van lust is het nu. Ik los er helemaal in op.

Advertenties

Een gedachte over “Insomnia, deel 17

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s