Insomnia, deel 18

Ze zit comfortabel in mijn hoofd, maar ik kan haar niet vastpakken: de vraag die ik wil stellen. Ik heb er over nagedacht zodat het niet bedreigend overkomt en ook niet boos, maar wel duidelijk. Recht op uitleg. Maar ik vind de vraag niet in mijn hoofd. Dus dit komt er beschuldigend uit: “Waar was jij vannacht?”

Het moment dat ik het laatste woord uitspreek, heb ik al spijt van het eerste. We staan nog steeds in mijn hal. Terwijl ik hem aankijk, trek ik mijn slip terug aan en mijn rok naar beneden. “Sorry,” zeg ik, “dat kwam er scherper uit dan ik bedoelde.” Hij trekt zijn jeans aan en staat wat te friemelen aan zijn hemd. Hij neemt zijn tijd. Denkt hij na over de vraag? Wil hij niet zeggen waar hij was? Is hij een leugen aan het verzinnen?

Hij kijkt me aan en vraagt: “Waarom wil je dat weten?” Ik kan zijn gezicht niet lezen, maar het is geen happy face.  En ik besef dat ik helemaal geen recht heb op een verklaring. Ik twijfel of ik sowieso op iets recht heb. Wat we hebben is niet gedefinieerd en daar bestaan geen spelregels voor. Ik zou kunnen antwoorden omdat ik me zorgen maakte, dat er iets met hem was gebeurd. Maar dan zou ik liegen. Ik zou kunnen zeggen  omdat ik hem miste. Maar dan zou ik mezelf te veel bloot geven.

“Ik weet het niet,” antwoord ik, “maar ik heb allerhande invullingen gemaakt en de gekste scenario’s bedacht.” Ik vertel hem dat ik er wakker van heb gelegen en dat ik niet dat soort zorgen wil. Dat ik het gemakkelijker zou vinden het te weten. Al is het misschien iets waarvan hij denkt dat ik het beter niet weet. Alles is beter dan het ongewisse.

“Dus je vertrouwt me niet?” Ik herhaal dit in mijn hoofd: dus ik vertrouw hem niet? Weet ik veel. In al mijn doemscenario’s zat wel een vrouw: een ex waar hij nog niet over is, een collega die zich opwerpt als de perfecte armenverzorgster, een goede vriendin die hem voor haar alleen wil, misschien omdat ze verliefd is geworden. Godverdomme! Vertrouwensissues? Dit had ik niet zien aankomen. Mijn verleden speelt mij parten.

Zonder op een antwoord te wachten, zegt hij dat het zijn probleem niet is, dat een of andere klootzak me slecht heeft behandeld. Dat hij niet de dupe hoeft te zijn van een ander zijn ontrouw. Ik snap niet wat er gebeurt, ik voel me ontredderd. Dit gesprek gaat helemaal de verkeerde kant op. Waarom heb ik mijn stomme kop niet gehouden?

Ik wil de kleine hal uit, naar ruimte. Waar ik kan ademen, waar ik kan denken. Ik wil hem weg. Wanneer ik naast hem wil glippen richting woonkamer, neemt hij mijn schouders vast en trekt me tegen zich aan. “Sorry,” zegt hij, “natuurlijk is het wel mijn probleem.” Ik leg mijn gezicht tegen zijn borstkas. Ik wil hem niet weg. “Ik was met Leon bij mijn zus en ben daar gemakshalve blijven slapen.”

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s