Insomnia, deel 19

Of hij wil blijven eten, vraag ik. Er staat kip curry met naan op het menu. Dat laatste niet zelfgemaakt, het eerste wel. “Graag,” zegt hij, maar hij moet eerst Leon uitlaten. Over een klein uurtje is hij terug en hij brengt een fles wijn mee. Dat geeft mij de tijd om de dag van mijn gezicht te wassen en een beetje te wennen aan de avond.

Sam heeft altijd wijn in huis. Rode en witte en ik vraag me af waar hij die bewaart. In de keuken of zou hij een heuse wijnkelder hebben, met de flessen op jaartal gesorteerd? Of per regio? Zou hij een wijnkenner zijn? Zou hij jaarlijks naar Frankrijk rijden om een voorraad in te slaan? Met Leon op de achterbank en route. Of misschien heeft hij wel een voorkeur voor Italië.

Ik heb het nare gevoel van het bitsige gesprek van me kunnen afschudden. De geile seksbeurt niet, want daar wil ik nog van nagenieten. Ik voel fysiek een enorme klik. Zou hij dat ook voelen? Zou ik hem dat durven vragen? Ik ben er nog niet uit of ik op het gesprek zal terugkomen of het zo wil laten.

Lang hoef ik er niet over na te denken. Terwijl Sam een fles rood opent, vraagt hij: “En? Vertel eens over die klootzak van een ex.” Hij knipoogt terwijl hij het zegt. Ik sta perplex. Hete hangijzers aankaarten op een luchtige manier, het is een kunst op zich. Hij ziet mijn twijfel en zegt: “Komaan, laten we meteen al onze trauma’s in de groep gooien. Jij kent de mijne al: ouders verongelukt, kleine broer die het spoor bijster is, hond als beste vriend.” Hij lacht. Humor om ernstige zaken te counteren. Ik ken de truck als geen ander.

Zal ik het hem vertellen? Hoe er iets is geknapt in mijn hoofd? Dat ik van de ene op de andere dag ben vertrokken en alles heb geregeld via advocaten. En kan ik het vertellen zonder te gaan janken of boos te worden?

Ik vertel hem dat we kinderen wilden, maar ons dat niet is gelukt. Dat ik daar vrede mee had, maar hij niet. Dat hij al een laag zelfbeeld had en zich toen helemaal een mislukkeling voelde. Dat ik hem daar wellicht iedere dag deed aan herinneren. En toen was er een vrouw, eentje waarvan ik meteen wist dat ze op zoek was naar een vader voor haar kinderen. En dat ze hem koste wat kost zou veroveren.

Ik vertel dat ik tegen een muur van onbegrip botste. Van de man waarmee ik negen jaar lief en leed had gedeeld. Alles wat zij zei was waar, haar intenties waren echt puur vriendschappelijk, en ik zag spoken. Ik betrapte hem op leugens, geheime afspraken, stiekeme telefoontjes. Hij maakte evenveel beloftes als hij er brak. Zolang er fysiek niets gebeurde, deed hij niets mis, vond hij. Ik heb gevochten, gehuild en geleden en dan nog meer gevochten. Tot ik besefte: als hij geen moeite doet om me te houden, waarom vecht ik dan om te blijven? En toen ben ik vetrokken.

En sedertdien woon ik in Brussel, in dit huis. Ik vertel Sam dat ik nog steeds bepaalde buurten in Antwerpen mijd. Dat ik heb gebroken met zijn vrienden en familie. Dat ik mijn ex niet meer wil zien, omdat hij een uitleg wil. Maar dat je sommige dingen aan sommige mensen gewoonweg niet uitgelegd krijgt.

“Zo, dat is mijn trauma. Valt wel mee in vergelijking met jouw dode ouders, hé?” Ik knipoog en hij geeft me een knuffel waarvan heel mijn lichaam zindert. Ik ben blij dat ik niet heb gehuild of boos ben geworden. En ook een beetje dat ik het hem heb verteld.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s