Insomnia, deel 20

Ik merk dat hij een serie-eter is: hij vist eerst alle stukjes kip uit het currystoofpotje, daarna de groentjes om te eindigen met het naanbrood, dat hij in reepjes trekt en in de saus dopt. Met het allerlaatste stukje veegt hij zijn bord schoon. Ik glimlach. Hij knipoogt. Dat doet hij graag, knipogen.

We zitten ondertussen aan de tweede fles wijn, wat best veel is voor een doordeweekse dag. Ik voel het lichtjes in mijn hoofd. Rode wijn valt me altijd zwaarder dan witte. Het lijkt geen effect te hebben op Sam. Ik heb naar het label gekeken en gezien dat het Franse wijn is. Dat moet ik hem toch eens vragen: of hij een kenner is? En of hij zelf zijn wijntjes gaat kopen bij wijngaarden in Bourgondië of Bordeaux?

Maar nu vraag ik: “Wat bedoelde je daarnet met ‘het is wel mijn probleem’?” Hij neemt eerst een slok wijn, kijkt me aan en zegt: “In principe moet ik me niet verantwoorden omdat je ex je heeft verraden. Dat zegt alles over je ex en niets over mij.” Hij neemt mijn hand vast: “Maar ik vind je leuk en als vertrouwen jouw ding is, dan moet ik daar mee om. Dan wordt jouw probleem het mijne.” Ik bloos keihard.

Ik zeg hem dat hij me overtroeft; dat ik meestal de realist ben, de denker.  Met een uitdagende blik zegt hij: “En dat vind je intimiderend?” Ik knik, want zo is het: ik vind het intimiderend, maar ook fijn. Dan moet ik enkel nog uitleggen dat ik ook te veel nadenk. Dat ik mezelf kan verliezen in briefjes in een brievenbus stoppen met nog een hoekje zichtbaar, zodat de ontvanger kan zien dat er nog post is. Maar dat ik ook kan zien of het briefje al dan niet weg is.

Dat zeg ik allemaal niet. “Dus je vindt me leuk?” vraag ik met een grijns van mijn een oor tot mijn ander. Hij staat op, neemt mijn hand, trekt me recht en kust me zo passioneel dat ik ineens heel bewust van mezelf wordt. Ik heb een beetje de indruk dat ik op mijn plek wordt gezet. Vast omdat ik zo direct ben geweest. Dus hij heeft graag de overmacht.

Dan neemt hij een stapje terug, trekt zijn wenkbrauwen op en zegt: “En jij vindt mij ook leuk.” Ik giechel als een bakvis en zeg dat ik hem al leuk vond toen hij me redde uit het hondenhok. “Maar dat is twee jaar geleden?” en hij kijkt verwonderd.  Ik trek mijn schouders op en verander van ontwerp: “Hoe voelt je arm?” Beter. De kneuzingen zijn nu blauwpaars en de hechtingen jeuken een beetje. Maar dat is toch goed, jeuk, dat wil zeggen dat het geneest. Vrijdag moet hij naar de dokter, op controle. Ik stel voor hem te brengen, maar dat hoeft niet. Hij rijdt vandaar door naar zijn zus.

De rust is teruggekeerd en daar ben ik blij om. Dat is vooral wat ik vind in Sam: rust. En zorg. Op het einde van de dag gaat het erom wie kippensoep voor je maakt als je ziek bent. En ik vind het idee, dat het weleens mijn buurman zou kunnen zijn, leuk.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s