Insomnia, deel 24

“Dus je bent drie jaar weg van de vreselijke ex. Wat is er ondertussen gebeurd?”
Ik lach een knorrig lachje en kijk weg. Alsof ik iets te verbergen heb. Maar de vraag komt out of the blue op mijn nuchtere maag op maandagochtend. Hoe werkt dat brein van hem?

Terwijl ik mijn haar nonchalant in een staart doe, en dat slaat op mijn houding en niet de staart, vertel ik dat er een rebound is geweest. En verder wat dingetjes hier en daar, maar niet veel soeps. Sam wil weten wie de rebound was. “Hendrik,” herhaalt hij, “die was toch ook op dat feestje van Sofie vorige zaterdag?” Op een of andere rare manier voel ik me geflatteerd dat hij het nog weet.

Ik stuur Sam de deur uit met een kop van mijn befaamde koffie en stuur een WhatsApp naar Sofie. Nog even een meisjesmoment voor ik naar kantoor ga, lees: mijn bureau in mijn living. Vandaag paperassen en wat potentiële klanten bellen. Onder andere de Deense producente.

Sofie heeft een hekel aan de quotes van Loesje. Ze vindt ze dom en te Hollands. Ik snap haar wel en net daarom stuur ik er haar minstens één per week. Gewoon een beetje sarren. Altijd lachen. Ik stuur het zwartwit beeldje door met: ‘Moet je lakens eigenlijk voor of na de seks verschonen?’ Ik krijg onmiddellijk een huilen-van-het-lachen-smiley terug. ‘Ik bel je straks. Eerst de dertigjarige buitenwerken.’ Ik stuur een in-shock-smiley terug.

Een kwartier later hangen we aan de lijn. We komen niet meer bij als ze vertelt dat ze gisteren de hele namiddag op een longboard stond. De dertigjarige – ik vind hem echt leuk – heeft haar zover gekregen. Ik eis een foto de volgende keer als ze op de plank staat.
“Dat klinkt al meer dan een ordinaire booty call,” en ik vraag of ze hem leuk vindt. Ze zegt dat ze toch geen toekomst hebben. Ik maak een ontkennend geluidje en ze lacht: “Shut up!”

Ik vertel dat Sam en ik zaterdag gaan eten zijn bij Makisu, wat haar natuurlijk heel erg doet lachen. Ze kent mijn kunsten met chop sticks. En ik vertel dat hij me gisteren heeft vergezeld naar een rommelmarkt in Gent. Dat ik wat kleine spullen op de kop heb kunnen tikken en dat hij een schildersezel heeft gekocht. En dat we een marktkramer hebben moeten vergoeden voor een kapotte vaas door Leon zijn kwispelende staart.

Ik vertel haar ook dat ik me wel een beetje erger aan zijn zus. Of beter gezegd aan het feit dat ze zo vaak berichtjes sturen. Gisteren heeft hij zich ook twee keer afgezonderd om met haar te bellen. Wat kunnen ze bespreken dat ik niet mag weten? “Overdrijf ik, Sofie?” Zij kan het weten, ze komt uit een nest van vier. Sofie en drie broers, waaronder Hendrik. Ze vindt dat berichten en bellen inderdaad wel wat veel en dat afzonderen een beetje raar, maar elk gezin is anders. En Sam komt niet uit een doorsnee gezin.

Ik beslis om het van me af te zetten en als het me nog eens stoort, het gewoon te zeggen. Niet flauw doen, hou ik mezelf voor. Ik zie Sam pas zaterdag terug, dus ik kan een beetje op mijn positieven komen. Maar ik mis hem nu al.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s