Over kangoeroes en koala’s

Wij waren een nieuw samengesteld gezin al lang voor de term bestond. Een beetje een bizarre formatie van halfjes en stiefjes en net niet disfunctioneel. Met rare weekendregelingen en complexe reisafspraken. Kinderen werden nagestuurd met vliegtuigen naar landen waar de helft van het gezin al was en een paar weken later verder verzonden met treinen of bussen naar weer andere oorden.

De zomer dat mijn jongste zus achttien werd, heeft ze beslist zelf haar reisafspraken te maken. Los van ouders en stiefouders, niets raar, niets complex. Dus nu doorkruisen wij – drie zussen – met een camper de outback. Terwijl de rest van de familie aan de kerstkalkoen zit, doen wij een barbie in een godvergeten gat. We drinken lager in plaats van bubbels en eten als dessert lamingtons en geen chocolademousse.

De buitenkant van de camper zit onder een laagje oranje zand en de voorruit lijkt wel een insectenkerkhof. Aan de voorwielen hangt ongetwijfeld bloed van kangoeroes. Tot op heden hebben we er zelf geen aangereden, maar we hebben er al menige zien liggen in de berm. En een keertje hebben we er een van de weg moeten slepen. Die fuckers wegen wel wat. En dan te weten dat ze het zelf zoeken, want ze springen zomaar de weg op.

We zijn ook gestopt voor een koala die sloom de weg overstak. Misschien was de eucalyptusboom aan de overkant lekkerder? We zijn toen uitgestapt om hem van dichtbij te bekijken. Maar hij siste en liet zijn nagels zien. Het leek geen aardige jongen.

We naderen Kynuna. Een dorp met negentig inwoners en een bar, hotel en tankstation allemaal in één. We stoppen voor een plaspauze. Mijn oudste zus zit aan het stuur en ze is ondertussen behendig in het parkeren van de camper. We stappen de bar binnen en twee van ons rennen meteen naar het damestoilet. Zus nummer drie bestelt drie koffies.

We dachten in het begin dat we rare blikken zouden krijgen, drie vrouwen met een camper. Maar niets is minder waar. Ze zijn wel wat doortrekkend volk gewend in de outback, gissen we. Of blondines zijn misschien niet in trek? Wij vinden het in alle geval prima. We hebben nog geen enkele cowboy gezien waarvoor we warm liepen.

De koffies zijn op, de plasjes gemaakt en het gesprek, over wie nu het volgende stuk zal rijden, afgerond. Ik neem plaats in de chauffeurszetel, mijn oudste zus naast me en de jongste gaat liggen achterin. Ik rijd in alle gemak de camper uit zijn parkeerplaats. Zet de versnelling in eerste en duw op het gaspedaal.

Een hels lawaai klinkt boven ons hoofd. Een schurend piepend geknars. Als duizend nagels op een krijtbord. Als we brokstukken langs de vooruit zien vallen, kijken we even in paniek naar elkaar. Ik trap op de rem en weet niet goed wat te doen. Mijn oudste zus springt uit de camper, kijkt naar boven en slaat de handen voor haar mond. De jongste en ik stappen uit en zien dat het dak tien centimeter minder hoog is. De luifel van het tankstation was volgens ons wel heel ongelukkig geplaatst.

Advertenties

3 gedachtes over “Over kangoeroes en koala’s

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s