Insomnia, deel 27

De kroegentocht brengt ons via de Troonplaats en de cafeetjes aan het ‘Museum voor Schone Kunsten’ naar het Marnixplein. Naar mijn vroegere stamkroeg. Niemand heeft eraan gedacht om wat te eten, dus we zijn allemaal op zijn minst vrolijk en sommigen onder ons al behoorlijk aangeschoten. De pret kan niet op.

Het is een hartelijk weerzien met mijn favoriete barman en een paar vaste klanten. De tent is nog niets veranderd. Ze serveren nog steeds slechte witte huiswijn, waardoor ik voor de droge suggestiewijn kies. Met twee ijsblokjes. De muziek is er nog steeds goed en de toiletten stinken nog altijd.

De rokers gaan buiten staan, dichtbij de terrasbranders, want de temperatuur is flink gedaald. De hongerigen halen wat te eten bij het luxe-frietkot aan de overkant en Sam is in gesprek met Steves zus, die docente aan de academie is.

De hongerigen zijn gevoed. De rokers gaan af en aan naar buiten en iedereen amuseert zich. Saskia en ik zijn in gesprek over haar werk, als ze plots geschrokken opkijkt. Over mijn schouder heen schieten haar ogen van links naar rechts en terug. “Godver, hij moet jullie hebben gade geslagen,” zegt ze. Ik heb geen idee waar ze het over heeft en ik draai me om.

Mijn oud lief stapt op mijn nieuw lief af. Hij moet ons hebben gade geslagen en hebben gezien dat Sam en ik een item zijn, dat bedoelt ze. Synchroon stappen Saskia en ik van onze barkrukken en in nog geen drie tellen staan we bij het duo. Ik hoor mijn ex nog net zeggen: “Pas op, ‘s ochtends is ze er en ’s avonds is ze weg.” Sams houding verraadt niets. De houding van mijn ex verraadt alles. Hij staat erbij als een haantje, bij gebrek aan leeuw in hem. Het meisje aan zijn zijde voelt zich duidelijk wat verloren.

De ex kijkt me aan, komt dichter tegen me staan: “Jij ruikt nog exact hetzelfde.” Ik weet precies wat hij doet. Hij laat mijn nieuw lief voelen dat wij ooit heel intiem waren.
Sam, niet uit zijn lood te slaan, vraagt: “En jij bent?” en hij neemt de schouder van mijn ex vast en dwingt hem zo oogcontact te maken.
“Guillaume,” zegt de ex, “en ik zeg je maar dat ze er ’s ochtends nog kan zijn en tegen de avond is ze misschien met de noorderzon vertrokken.”

Ik weet niet wat te doen. Ik heb geen zin om met de ex te praten en ik heb al helemaal geen zin in een scène. Ik voel de spanning hangen in het café: de hele vriendenkring, de vaste klanten en de barman kijken onze richting uit. De barman doet een teken waaruit ik kan afleiden dat hij vraagt of hij kan helpen. Subtiel knik ik van niet. En dan neemt Sam mijn hand vast: “Kom, ik wil dat luxe-frituur ook wel eens proberen,” en hij loodst me naar buiten.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s