Insomnia, deel 29

Maandagochtend, hoog tijd om Sofie nog eens te jennen met een Loesje-spreuk: ‘België, een gezellig mens kent geen grens.’ Niet mijn beste, maar ach, het is maandagochtend. Sofie bericht terug dat ze het helemaal niet zo gezellig vond, want ik zat ver weg in Antwerpen: ‘Er zijn wel grenzen, hé!’ Gevolgd door veel lachende smiley’s.

Sofie baalt. Ze is interieurarchitecte voor de welgestelde particulier en die zijn nu allemaal op wintersport. En ook haar dertigjarig lief, maar ik mag hem zo niet noemen. Wel dertigjarig, niet haar lief.

‘De klanten logeren in een exclusief oord met sauna en jacuzzi, schapenvelletjes op de bankjes buiten en raclette geserveerd op porseleinen bordjes,’ zeurt Sofie. En als ik haar vraag of ze daar naartoe wil, bericht ze: ‘Nee, zot. Ik wil in de kroezelige après-ski barretjes zitten met Jelle.’ Ik zeg dat ze dan maar een vlucht moet boeken. Het WhatsApp gesprek valt stil. Gevoelig onderwerp.

Ik heb daarentegen wel een drukke week. Een architecte uit Leuven heeft een opdracht om een opticien bij haar in de buurt te moderniseren. De tweede generatie neemt over en zij willen het over een andere boeg gooien. Ik ben ingehuurd voor het aanleveren van de juiste props en gadgets. De architecte bezorgde me het draaiboek een maand terug, dus ik had ruim de tijd om alles te verzamelen. Maar ik heb toch een paar dagen gerekend om spullen aan en af te brengen, de juiste invulling te zoeken en te overleggen.

Een paar dagen in Leuven werken vind ik helemaal niet erg. Het is een fijne plek en het is op zich maar een korte rit van en naar Brussel.  Ik dacht dat het in de vakantieperiode rustig zou zijn, maar dat valt anders uit. Er studeren hier best veel buitenlandse studenten en die gaan blijkbaar niet naar huis in de vakanties.

De eerste dag zit erop en de gesprekken met de architect en de klant gingen goed. Ze waren best onder de indruk van de spullen die ik bijhad. Een aantal objecten hebben ze gekocht, een aantal gehuurd. Misschien kan ik de klus op twee dagen afronden.

Het is vijf uur en ik rijd over de ring van Leuven. Richting huis. Vijftig mag je hier en dat is tergend traag. Ter hoogte van de gevangenis zie ik een man met een Duitse Herder. Ik herken de jas en de houding eronder en ik herken de hond. Sam en Leon. Sam en Leon?

Ik rijd de weg af, de parkeerstrook op. Ik voel een lichte paniek. Hij zou vandaag met zijn zus afspreken. Ze hebben beiden vakantie, maar ik zie geen Esther. Mijn hand heeft de deurhendel vast, klaar om uit te stappen en hem te confronteren. Ik zie hem naderen in mijn achteruitkijkspiegel. Zijn schouders hangen lager dan normaal. Zijn gezicht star, beetje moedeloos misschien. Moeilijk te zeggen van zo ver.

Ik verander van idee en breng mijn hand naar de sleutel, draai die om in het contact, duw op de koppeling en geef gas. Gezwind voeg ik me terug de rijweg op. Ik kijk nog eens in mijn achteruitkijkspiegel. Sam heeft me niet gezien. Hij is in gedachten verzonken.

Advertenties

3 gedachtes over “Insomnia, deel 29

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s