Insomnia, deel 30

Ik rijd op automatische piloot naar huis. Mijn gedachten gaan alle kanten op en als ik Brussel inrijd, bel ik Saskia. Dat gebeurt ook automatisch. In onsamenhangende woorden en losse zinnen vertel ik wat er is gebeurd en toch kan ze volgen.

Als ze voelt dat ik ben uitgeraasd, vraagt ze: “Babsie, maar waar zit je nu precies mee?” Ik vraag me af of hij liegt. En alle telefoontjes en berichtjes met zijn zus zitten me niet lekker, als het al überhaupt met zijn zus is. Hij zou haar vandaag zien, maar hij sprak niet van Leuven. En waarom zouden ze daar afspreken? Hij woont in Brussel en zij in Tervuren!

Saskia zegt dat er goede redenen zijn om in Leuven af te spreken.
“Zoals?” vraag ik.
“Misschien zijn ze naar dat hippe museum geweest. Hoe heet het ook alweer?” “Museum M,” zeg ik.
“Ja, of misschien zijn ze speciale hot dogs gaan eten bij Jeroen Meus. Hoe heet die tent nu ook alweer?”
“Würst,” zeg ik.

Ondertussen ben ik geparkeerd, maar ik blijf nog in de auto zitten. Saskia stelt me gerust als ze zegt dat het wel goed zit met Sam. Dat ik zijn intenties wel kan vertrouwen. “Hoe hij zich hield tegenover Guillaume, dat was echt sterk,” zegt ze. “En Steve gelooft er ook in. En je weet hoe close hij was met Guillaume en dat het voor hem niet makkelijk loslaten was, jullie als koppel.” En dan klopt iemand op het raampje aan de kant van de passagierszetel: Sam.

We staan in mijn hal. Ik heb het proces van thuiskomen vertraagd met triviale dingen: rommelen in de koffer van mijn auto, een praatje maken met de hipster bovenburen, post uit mijn brievenbus plukken. Ik vraag Sam niet binnen, maar hij maakt geen aanstalten om naar zijn huis te gaan. Ik wil niet met hem praten, maar treuzelen aan de deur is ook geen oplossing.

“Heb jij nog leuke plannen vanavond?” vraag ik, in de hoop dat hij begrijpt dat ik geen deel wil zijn van zijn plannen.
“Ah, euh, okay,” zegt hij en ik zie dat hij de boodschap heeft begrepen, maar ook dat het hem een beetje kwetst. Hij geeft me een kus en draait zich om, zijn schouders hangen een beetje laag. Net voor hij de deur uitwandelt, kijkt hij me terug aan: “Je doet raar sinds we terug zijn uit Antwerpen.”

“Ik ben gewoon moe van het zware feesten,” lieg ik.
Ik zie dat hij twijfelt, maar dan toch vraagt: “Het heeft niets te maken met je ex?”
Wat heeft Guillaume hier mee te maken, denk ik, maar ik zeg: “Neen, ik ben gewoon moe en het was een drukke werkdag in Leuven.”Hij geeft geen kik als ik ‘Leuven’ laat vallen.
“Okay”, zegt hij en hij wandelt mijn deur uit.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s