Insomnia, deel 31

Ik blijf nog even in mijn hal staan en probeer het gesprek dat zich net afspeelde met Sam te begrijpen. Denkt hij echt dat hij wegkomt met leugens? Mijn oog valt op een sjaal van hem die aan mijn kapstok hangt en ik word er een beetje verdrietig van. Gisteren was alles nog goed en nu lijkt het stuk.

Terwijl ik soep maak, speelt het gesprek zich nog ettelijke malen in mijn hoofd af. Dan herinner ik me Sams gezicht, de gekwetste blik toen hij doorhad dat ik de avond niet met hem wou doorbrengen. En dan besef ik het. Hij snapt niet dat het over zijn zus gaat. En op zich niet onlogisch dat hij denkt dat de ontmoeting met mijn ex een impact heeft gehad. Daar heeft hij trouwens niet geheel ongelijk in.

Ik word boos op mezelf. Ik had mezelf beloofd het gewoon te vragen, wat al het gedoe met zijn zus is, en ik heb het niet gedaan. Ik voel me stom. En schuldig.  Ik moet hem gewoon vragen wat hij vandaag in Leuven deed. Hij heeft wellicht een plausibele uitleg. Alhoewel, dat laatste blijft toch een beetje knagen.

De soep is nog heet als ik die van het fornuis haal. Dus ik neem de pot met pannenlappen en alles erop en eraan mee, mijn huis uit naar dat van Sam. Met wat ellebogenwerk kom ik mijn deur uit en bel ik bij hem aan. Als hij de deur opendoet, zie ik dat hij blij is, maar ook een beetje op zijn hoede. Ik steek de stomende kom onder zijn neus: “Ik kom het goedmaken.”

Het lijkt me best dat we eerst acclimatiseren voor ik hem vertel wat me dwarszit. We eten soep en praten over koetjes en kalfjes. Als ik hem vertel over mijn werkdag in Leuven, geeft hij weer geen kik. Dan stapt hij op me af, kust me en leidt me naar zijn slaapkamer en ik vergeet alles. Ik heb zoveel vragen, maar onder zijn handen neemt mijn lichaam het over van mijn brein.

We liggen nog na te genieten als zijn gsm rinkelt. Hij gaat rechtop zitten en probeert te achterhalen waarvan het gerinkel precies komt. Ik grijp naar zijn jeans, tast in de zakken en haal zijn Iphone eruit. ‘Esther’ staat op het scherm. Ik geef Sam zijn gsm terwijl ik snerend zeg: “Kleine zus kan echt geen dag zonder grote broer.”

Sam neemt de telefoon aan met een verbijsterde blik. Ik stap uit bed, trek mijn kleren aan en zoek mijn spullen bij elkaar. Er zit zoveel boosheid in mijn hoofd dat er geen ruimte is voor iets anders. Ik heb niets van het gesprek tussen Sam en zijn zus gehoord en ik heb ook niet geregistreerd dat hij het gesprek heeft afgebroken.

“Schat, wat ben je aan het doen?”
“Op wat lijkt het?” zeg ik, terwijl ik het dekbed uitschud op zoek naar mijn ring.
“Waarom ben je zo boos? Wat is er gebeurd?”
“Die Esther, die belt te pas en te onpas. Ik ben dat kotsbeu!” roep ik terwijl ik onder het bed zoek. Ik kan mijn ring niet vinden, godverdomme. Ik moet die vinden, het is de verlovingsring van mijn mama.
“Je bent best sexy als je jaloers bent,’ zegt Sam lachend, wellicht bedoeld om de boel een beetje te ontmijnen, maar het heeft het omgekeerde effect.
“Je kan niet alles oplossen met een grapje,” schreeuw ik. Ik ben boos op hem en ook omdat ik mijn ring niet kan vinden.

Sam staat ondertussen in het deurgat en zegt: “Zoek je dit?”
Ik graai de ring uit zijn hand en storm de trap af. Net voor ik de deur uitstap schreeuw ik nog: “En ik weet dat je vandaag in Leuven was!” Dan sta ik op de stoep en de koude lentenacht slaat op mijn adem.

Advertenties

2 gedachtes over “Insomnia, deel 31

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s