Insomnia, deel 32

Op dit moment is het wel handig dat ik maar een huis verder moet. Alhoewel, even uitwaaien zou misschien geen slecht idee zijn. Ik bries en storm en loop in mijn huis wat te rommelen, doelloos dingen doend. Te overwegen wie ik zou sms’en: Saskia of Sofie, maar ik beslis geen van beiden. Ik moet dit eerst klaren in mijn eigen hoofd.

Een paar uur later ga ik slapen, wetend dat het een nacht van insomnia wordt. Ik troost mezelf met de gedachte dat het lente is, dat ik dan nooit zeven dagen na elkaar insomnia heb. Geen vrees dus voor nachtelijke escapades, waaruit Sam me deze keer wellicht niet zou redden.

Ik lig de hele nacht te woelen en te draaien en te keren. Ik controleer om de haverklap of er geen berichtjes zijn, of Sam online is geweest, of de wereld is vergaan. Ik leg mijn Iphone alsmaar verder van mijn bed. In de hoop dat ik te lui ben eruit te komen in de koude nachtlucht, maar het zelfbedrog werkt niet.

Ik sta op als de eerste schemer zichtbaar is. Terwijl ik koffie maak, denk ik Leon te horen aan de andere kant van mijn keukenmuur, maar misschien speelt mijn verbeelding mij parten. Misschien speelt de hoop mij parten en stiekem hoop ik dat Sam ook slecht heeft geslapen. Ik krijg geen hap door mijn strot.

Als ik mijn hal sta te twijfelen of ik al dan niet een jas zal aandoen, zie ik in een ooghoek een wit vlak op de grond. Een grote envelop zit onder mijn deur geschoven. Een A4 formaat met in mooi geschrift erop: ‘zoenoffer’. In sierlijke letters, de soort waar architecten goed in zijn. Klungelig scheur ik de envelop open en ik vind er een blad in. Het is de schets die Sam maakte toen ik op zijn bank lag te slapen. Nadat hij me redde van het netelveld, onze eerste nacht samen.

Ik loop mijn deur uit en bel aan bij de zijne, zonder jas, met schets. Ik hoor geen hond, ik hoor geen voetstappen. Hij is er niet, maar ik hou mezelf weg van negatieve gedachten. Ik stap mijn auto in en wil een WhatsApp sturen, maar ik kan niets bedenken dat de lading dekt.

Ik denk aan zijn gezicht, zijn bos krullen, zijn doordringende blik en het litteken er net boven. Ik denk aan alle mooie woorden die hij heeft gezegd en aan de speciale manier waarop hij me vasthoudt als we over straat wandelen. Ik kan niet wachten om hem te zien, te horen en te voelen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s