Kappen en hagen

Nostalgie en melancholie zijn niet aan mij besteed. Heb ik van wijlen opa Guillaume, een brok Waal opgetrokken uit rationaliteit en pragmatisme. Maar hier, staand aan de besneeuwde strooiweide, voel ik toch een zweem van iets wat wellicht in de buurt komt. Ik ruik pannenkoeken met stroop en metalen schaafsel met smeervet. Ik voel dikke zachte borsten tegen mijn hoofd en grote stevige handen op mijn schouders. Opa en oma: een prachtige eenheid tot op het einde van hun tijd samen, soms harmonieus en soms bewogen.

Door een oorlog heen moeten vechten voor hun liefde. Niet vanwege omstandigheden gebonden aan die oorlog, maar tegen de opstandigheid van hun nabije omgeving. Hun eigen kleine strijd tegen vooroordelen en onbegrip. Opa Guillaume, opgegroeid in een progressieve atheïstische omgeving, in Wallonië, en oma Rosalie, geboren in een christelijk West-Vlaams nest. Zij was de oudste van zeven kinderen en moest, zoals het bij die plek in de familiehiërarchie hoorde, intreden in het klooster. Het was niet wat ze wilde noch waarvoor ze stond, maar zo gingen de dingen.

Opa Guillaume heb ik gekend als een onconventionele man, die zowel graag achter zijn boeken zat als achter zijn metaal-werkbank. Hij had een vrij en turbulent leven gehad en was, in navolging van zijn vader, fotograaf geworden. Op één van zijn zoektochten naar adembenemende panorama’s belandde hij in het polderland. Het was een kille mistige vrijdagochtend toen hij oma zag, op terugweg van de markt. Ze hield de rieten boodschappenmand dicht tegen zich aan en verborg haar handen veilig en warm in haar kleren. Opa zag, voorbij het habijt en de zusterkap, de mooist mogelijke vrouw.

Zijn verhaal wil dat hij weken aan een stuk elke vrijdagochtend op diezelfde plek wachtte tot oma passeerde. En dat hij op een dag voldoende moed verzamelde om haar aan te spreken. Oma’s verhaal is dat hij de meest ongeduldige jongen was, die de eerste dag al aanbood haar boodschappen te dragen. Ze wist het heel zeker, want er waren amper jongens in de buurt. En deze was een ongelooflijk knap exemplaar dat ze onmogelijk eerder had kunnen missen.

Zoals dat ging in die tijd, en zeker in kleine dorpen, waren zowel moeder-overste als de vader van oma al na een paar weken op de hoogte van hun wekelijkse rendez-vous. Oma werd verboden het klooster te verlaten en al haar in- en uitgaande post werd gecontroleerd. Dit was buiten de jongste zus van oma gerekend. Zij smokkelde tijdens haar wekelijkse bezoekjes liefdesbrieven, en zelfs occasioneel een cadeautje, naar binnen en buiten. Welgeteld drie maanden na hun eerste ontmoeting sprong oma – letterlijk – over de muur van het klooster en gooide ze – figuurlijk – haar kap over de haag. Op een aftandse fiets reden ze tot bij een behulpzaam stel vrienden, dertig kilometer verderop.

De ketterende Waal en de zedige West-Vlaamse, hier staan ze nu: in de urnentuin, beiden gecremeerd. Opa Guillaume met een neutrale ceremonie, oma Rosalie met een kerkelijke uitvaartdienst.

Ik ben opgetrokken uit een typisch Belgisch compromis. En ook een beetje uit pannenkoeken met stroop en metalen schaafsel met smeervet.

Advertenties

Een gedachte over “Kappen en hagen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s