Rex

Ik stap naar de terrasdeuren en trek het gordijn een beetje weg, net genoeg zodat ik er tussen kan en ik duw mijn gezicht tegen het raam. Het glas voelt koud aan mijn neus en mijn adem maakt wolkjes op het patroon van regendruppels. Behalve de weerspiegeling van het licht, zie ik niets. Zo donker heb ik het nog nooit geweten. Geen lichtjes bij de buren, geen sterren, amper maan.

Met mijn oor tegen het raam hoor ik weer het gehuil, het komt van de paardenstal. Godver, moet ik in dit strontweer naar buiten? Een erf op dat het mijne niet is? In de hal vind ik een veel te grote regenjas, van hem, en te krappe rubberen laarzen, van haar. Toch wurm ik mijn voeten erin. Ik zet de zaklamp app op mijn mobiel aan.

De spanning slaat op mijn stem waardoor er een slap geluid uitkomt als ik de hond wil roepen. Ik schraap mijn keel en probeer opnieuw: “Rex. Reheeeeeex!” Typisch, geen hond te bespeuren net als ik hem nodig heb. Dan stap ik maar alleen de deur uit. Eén hand met mijn mobieltje voor me uit, de andere houdt de regenkap op zijn plek.

Ik wandel richting paardenstal, voorbij mijn auto en langs de vijver. De eenzame zwaan die anders de vijver siert, is er niet. Aan het hondenhok stop ik even. De ketting glinstert in de regen, maar geen hond te zien. Een naar gevoel overvalt me, maar ik schud het van me af, samen met wat regendruppels.

Als ik de contouren van de paardenstal zie, stopt het gehuil. Ik blijf staan en spits mijn oren. Ik tel traag tot twintig; het gehuil is inderdaad gestopt. Ik weet niet wat ik akeliger vind: het feit dat ik het hoorde of het feit dat ik het nu niet meer hoor? Ik kruip wat dieper in de regenjas, waarin ik de geur van mijn broer herken.

Had ik Rex nu maar bij me. Zowel mijn broer als mijn schoonzus zijn dol op hun hond. Lopend over dit groot stuk land, in het donker in de regen, snap ik waarom. Het gezelschap van een Dobermann zou nu wel aangenaam voelen. En veilig.

Bij de paardenstal hoor ik het gebries en gestamp van de paarden. Wat eerder wellicht overstemd werd door stortregen, dreunt nu in mijn oren. Ik heb de paarden nog nooit zo wild tekeer horen gaan. Het nare gevoel van daarnet komt terug op mijn schouders zitten en deze keer kan ik het niet afschudden.

Eens in de stal, zet ik de regenkap af en schakel ik de zaklamp app uit. Merde, batterij bijna leeg. Ik zoek met mijn handen de schakelaar en knip het TL licht aan. Twee paarden, met paniek in de ogen en schuim op de bek, staan helemaal achterin de box, bijna tegen de muur geplakt. Mocht het kunnen, kropen ze er in, zo angstig zijn ze.

Ik sta op de tippen van mijn tenen om over de halfhoge boxdeur te kijken, wat pijn doet in deze te kleine laarzen én ik kan nog steeds niets zien. Wat het ook is, het zit net achter de deur en het maakt de paarden bang. Ik weet niet of het een goed idee is de deur te openen of net niet, maar ik moet iets doen om de paarden te kalmeren, dus ik kies voor het eerste.

Ik kijk om me heen op zoek naar iets, al weet ik niet precies wat. Mijn oog valt op een set teugels met bit. Ik pik het metalen deel op en houd het als een boksbeugel in mijn hand. Voorzichtig open ik de deur. Niets. Ik zie niets. Ik begrijp het niet. Wat maakt de paarden zo bang?

Dan zie ik iets bewegen in mijn ooghoek. Ik doe een kwartdraai naar rechts en daar ligt Rex. Het bloed gulpt uit zijn hals. Ik schrik zo hard dat ik het bit laat vallen. Ik hoor geritsel in het stro achter me; ik draai me om en zie nog net een groene schim wegglippen. Het leek niet menselijk.

Advertenties

Een gedachte over “Rex

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s